Fiscaal voordeel voor Nederlandse reders
Reders kunnen hun hart ophalen. Het wordt weer aantrekkelijker om onder Nederlandse vlag te varen. Staatssecretaris Huizinga (Verkeer) wil zo ons nationale maritieme cluster een flinke steun in de rug geven. „We gaan de tarieven van de tonnagebelasting voor grote schepen en scheepsmanagement verlagen", zegt de bewindsvrouw van de ChristenUnie. „En ik doe er alles aan om meer Nederlands personeel aan dek te krijgen. Want op de lange termijn houd je geen sterk Hollands cluster in stand, als er vooral andere nationaliteiten aan boord werken."
Jarenlang is er geknabbeld aan onze voorsprong in het fiscale scheepvaartklimaat. „Eind jaren negentig hebben wij enkele forse stappen gezet. Dat zorgde voor een sterke groei van onze handelsvloot. Maar sindsdien zie je dat andere landen die nuttige belastingregels kopiëren en soms overtreffen. Reders klagen dat er geen gelijk speelveld meer is. Nu zijn de Brusselse regels wat betreft staatssteun streng, maar enkele verbeteringen zijn best mogelijk. Zo wil ik naast een tariefsverlaging samen met Financiën kijken of er met bestaande regels meer mogelijk is."
Het doel van de Beleidsbrief Zeevaart, die gisteren is goedgekeurd door het kabinet, is even simpel als ambitieus: de bijdrage van de zeevaartsector aan de Nederlandse economie moet groeien. Huizinga: „Er liggen kansen genoeg. Handelsstromen in en met Europa nemen alleen maar toe, en een groot deel gaat over water." Onze economie profiteert het meeste als die benodigde schepen onder Nederlands beheer vallen en ook onder ons nationale rood-wit-blauw over de oceanen stomen.
De scheepvaart moet daarvoor wel een ander obstakel overwinnen. Er is een behoorlijk tekort aan goed opgeleid Nederlands personeel. Eigenlijk begrijpt de staatssecretaris daar niet zoveel van. „Ik vind het raar dat er niet meer belangstelling is. Het lijkt me juist een prachtig uitdagend beroep, mede door onze aansprekende maritieme historie. En eerlijk gezegd, ook romantischer dan vliegtuigpiloot. En die uniformen, die zijn toch prachtig?", grapt ze. Toch leert de praktijk anders. Jaarlijks zijn er 3500 nieuwe zeevarenden nodig, waaronder 700 officieren. Het blijkt een uiterst lastige opgave.
Zelfs met alle moderne communicatiemiddelen - e-mail, internet en fotootjes per telefoon - hikken werknemers aan tegen de lange maanden op zee. Huizinga: „Die krappe arbeidsmarkt is geen typisch Nederlands probleem. Ik hoor het ook in Singapore of Denemarken. In Singapore is zelfs geld gestoken in een soapserie, om het imago van werken in de scheepvaart op te vijzelen. Veel geholpen heeft het niet. Het personeel houdt het gemiddeld na zeven jaar varen voor gezien. Ondanks dat ze goed betaald krijgen, kiezen velen voor de wal."
En toch is voldoende Nederlands kader hard nodig. „Het Nederlandse maritieme cluster moet breed blijven. Naast het werk op zee, hebben we mensen met vaarervaring aan wal nodig." Daarom wil de staatssecretaris zorgen voor een betere samenwerking in het nautische onderwijs. „En ik trek subsidie uit voor snuffelstages voor jongeren." Als ze eenmaal aan boord zijn, dan moeten de zeemansbenen vanzelf gaan kriebelen, hoopt de politica.
Van Website Shortsea Shipping (http://www.shortsea.nl/index.php?language=1)
|